Zaterdag 15 juli 2023 Jan Oegema

Auteur, letterkundige en hovenier

Muziek: Rik Hasselman en Maaike Gerritsen

DSC09619 b

Jan Oegema

DSC09625 b

Organiseer je tegenspraak

Lezing Thomas a Kempis 15 juli 2023, Bergklooster

 

Een persoonlijke reflectie naar aanleiding van een tekst van Thomas, dat was het verzoek namens de organisatie. De tekst die ik heb gekozen komt uit de Navolging van Christus, uit een hoofdstukje getiteld ‘Zorgen voor vrede en geestelijke groei’. Thomas stelt dat we alleen vrede zullen ervaren als we al onze driften begeerten en, de bijl aan de wortel, is zijn devies, en dan zegt hij dit:

 

Als we ieder jaar één tekortkoming uit de weg zouden ruimen, dan zouden we spoedig volmaakte mensen zijn. Maar we ervaren eerder het tegendeel: toen wij intraden in het klooster waren we beter en oprechter dan na vele jaren kloosterleven. Het heilige vuur zou ons elke dag moeten doen groeien, maar nu lijkt het al heel wat, als we het eerste vuur een beetje brandende houden.

15 07 23 foto 1

 

Thomas raakt hier aan een vraag die ik zeer boeiend vind, hoe je namelijk in het leven een beetje fris kunt blijven. Dat is een vraag die hoort bij ouder worden, op een dag besef je dat de gewoonte heeft toegeslagen, dat je in een sleur zit, huwelijk, gezin, werk, kerk, sangha, je tiende boek of je elfde marathon. Het gebeurt bij alles waar routine de overhand neemt, het kan je ook gebeuren als je voor het zoveelste jaar op rij deze Thomas-zomeravonden organiseert. Wéér iemand die komt vertellen hoe bijzonder die Thomas is, een mensenkenner als geen ander, zijn levenslessen zijn nog altijd actueel, echt wat je zegt een leermeester, terecht nog altijd gelezen en niet door de minsten. Het is allemaal waar en allemaal rijkelijk voorspelbaar, moralisten als Thomas zíjn in de regel nogal voorspelbaar en ik ben het ook, want op een bepaalde manier hou ik van zijn moralisme en ook van de voorspelbaarheid ervan. De kracht van de meeste leefregels is nu eenmaal niet dat ze origineel zijn maar tijdloos en toepasbaar in vele situaties.

En toch, dat heilige vuur, hoe dat te beschermen tegen gewoonte, routine, sleur. Dat kan niet en het moet toch, het is een van die paradoxen waar religie en kunst een patent op hebben, vragen naar het onmogelijke en tegelijk doen alsof er een antwoord is. Ik vind dat mooi, dat doen alsof, ook Thomas doet het, hij suggereert dat er manieren zijn om fris te blijven maar ga je erop letten, dan is zijn therapie best vaag. Die therapie bestaat eruit dat je blijft groeien, innerlijk blijft groeien, geestelijk blijft groeien, wat het beste kan door aldoor aan Jezus’ lijden te denken en een voorbeeld te nemen aan christelijke heiligen en hun weg naar volmaaktheid, een weg die naast vroomheid om verachting vraagt, de verachting van hun lijf, de verachting van alle werelds gewoel, de verachting van succes en aanzien. Het klinkt niet leuk, al die verachting, maar eerlijk gezegd zit verbaast het me niet echt, spiritualiteit van de Thomas-soort is nooit echt leuk, aan grote spiritualiteit zit altijd een radicaal kantje en dat heus niet alleen in de Middeleeuwen.

Nee, wat me verbaast bij Thomas is dat hij je als lezer en leerling zo laat zwemmen, als leraar heeft hij niet een duidelijke methode, niet een helder pedagogisch of mystagogisch model. Eigenlijk heeft hij maar één type mens voor ogen, de onverbeterlijke zondaar, een type dat we zelf maar al te goed kennen maar natuurlijk niemand van ons volledig definieert. Ik vind het niet erg om klein gemaakt te worden, alleen was ik als zestienjarige anders klein dan nu ik bijna zestig ben en het zou me een lief ding waard zijn als Thomas daar meer rekening mee hield, zoals met menselijke diversiteit überhaupt.

Waar, Thomas, is het kind in ons, de vrouw, de weldoener, de ervaringsdeskundige, de rouwende, de levenskunstenaar?

Maar die zitten niet op Thomas’ netvlies, hij denkt niet in mensen maar in mens, hij denkt niet in stapjes of stappen, in fases en opbouw, in leeftijd, sekse, ervaring. Zijn conceptie van groei is niet een van gestage ontwikkeling en verandering maar van ferme beslissingen en strenge zelfregie. Geestelijke groei is een keuze, een in principe voor iedereen gelijke keuze. ‘In hoeverre wij geestelijk groeien,’ zegt hij ergens, ‘hangt van ons voornemen af, en als je goed vooruit wilt komen, moet je je flink inspannen.’

Zelfregie, daar draait het om. Die ene keuze maken. Ik haal nog een keer het citaat waarmee we begonnen zijn. ‘Als we ieder jaar een tekortkoming uit de weg zouden ruimen dan zouden we spoedig volmaakte mensen zijn.’ Thomas lijkt hier een beetje te denken zoals beeldhouwer Michelangelo, het beeld zit al in de steen en het enige wat je als beeldhouwer hoeft te doen is de overtollige steen weg te halen. In theorie is volmaakt worden een fluitje van een cent, je doet weg wat je in de weg zit en je wordt de mens die je door God bedoeld was te zijn.

Maar hoe blijf je als mens fris als je de pech hebt ouder te worden en door begint te krijgen dat er weinig zo moeilijk is als veranderen? Hoe blijf je fris, als ouder wordende kloosterling, echtgenoot, ouder, docent, kunstenaar, als spreker bij een evenement als dit? Ik heb daar evenals Thomas geen precies antwoord op, geen methode, geen therapie, maar misschien hoeft dat ook niet, de vraag alleen kan al zo veel doen.

Wel hoor ik Thomas in verschillende hoofdstukjes iets mompelen over tegenspraak, hij laat regelmatig vallen dat we bereid moeten zijn om ons te laten corrigeren en tegenspreken. Zijn redenering: laat het niet te aangenaam worden, besef dat je in ballingschap leeft, dat je hier bent om te leren en dat je alles moet aangrijpen wat je ego en je zelfgenoegzaamheid kan breken. Daarbij hoort ook de bereidheid om de tegenspraak op te zoeken, de vermaning, het verwijt, de priemend geheven vinger, alles wat je zelfbeeld pijn doet. Dat zal beslist bijdragen aan je innerlijke groei en vrede, zegt Thomas, die onveranderlijk spreekt vanuit een leraar-leerling verhouding.

Een verhouding overigens die dynamischer is dan je denkt, leraar en leerling zijn vanouds verwisselbare rollen, het is gelukkig niet altijd duidelijk wie wie en wie wat onderwijst en laten we vanuit dat mooie geluk proberen Thomas te blijven lezen. Groei als oplossing voor sleur, prima, groei door tegenspraak, ook prima, maar laten we dan niet vergeten Thomas tegen te spreken als hij het weer eens te bont maakt en zich doof houdt voor nuance en relativering. Laten we hier in Zwolle lekker met hem blijven pronken, glossy’s uitbrengen en muren beschilderen met zijn portret, laten we echter niet vergeten het gesprek met hem zoeken en hem kritisch bevragen, anders zal hij zoetjesaan verdwijnen in de anonimiteit die hij iedereen zo hartstochtelijk toewenst.

Als tegenspraak nuttig is voor groei, voor innerlijke vrede, dan is de vraag waarom hij zo lelijk doet over geleerden en geleerdheid, waarom hij zo afgeeft op intellectueel onderzoek en publiek debat en alleen maar kan hameren op de gevaren ervan, waarom hij van elke geleerde een egotripper en dus een karikatuur maakt, alsof er geen aardige, geen integere, geen zachtmoedige geleerden bestaan. Zijn stemmingmakerij tegen geleerden is ronduit misleidend, want de Weg – de weg met hoofdletter W, de spirituele weg – kent vele poorten en intellectualiteit is daar een van. In onze tijd heb je bijvoorbeeld Dietrich Bonhoeffer en Václav Havel, Dorothee Sölle en Antjie Krog, een voor een intellectuelen en religieus geïnspireerde vredebrengers dus hou es op, Thomas, met je lelijke insinuaties, jij kende dergelijke mensen ook. Ze heten anders maar deden vergelijkbare dingen, en dan denk ik ook een beetje aan je bijna-tijdgenoot Erasmus van Rotterdam, dat rebelse kind van de Moderne Devoten die alles anders deed en toch de idealen van de Devoten nooit helemaal heeft losgelaten.

Ik sluit af. Innerlijke groei als een manier om fris te blijven, dat is wat er uit Thomas valt te destilleren, met dien verstande dat hij al zijn troeven zet op de plotse en gewilde ommekeer want denken in termen van processen en fasen, dynamiek en ontwikkeling, diversiteit en verschil – dat is allemaal niet zijn ding. Dat is iets wat wij als het ware hebben in te brengen, als we met hem in dialoog willen blijven. Al is het interessant ons af te vragen waarom die dialoog met hem best wel lastig is, lastiger dan bijvoorbeeld met Erasmus, wiens mens- en religiebeeld veel dichter bij ons staat.

Thomas is vele malen weerbarstiger dan Erasmus en dat heeft volgens mij ook te maken met dat monomane van hem, dat radicale, strenge, veeleisende. Hij heeft het intimiderende gezag van iemand van wie je weet dat hij dwars door je heen kijkt en de je nergens mee laat wegkomen. Hij gunt je geen enkele vorm van afleiding, geen mooie vriendschappen, geen leuke leraren, geen vrolijk fluitende vogeltjes, geen blij zijn met de anjertjes die hier op Bergklooster elke lente onze ballingschap komen verzachten – nee, bij hem is er slechts dat ene, de eis om een geweten te zijn, de eis tot onverbiddelijk zelfonderzoek, de eis om je meerdere keren per dag af te sluiten en je met jezelf te verstaan. Je wilt het liever niet horen, terwijl je heel goed weet dat je het tóch wilt horen, dat je blij bent met iemand die je apart neemt en tot de orde roept. Dus hup, mobieltje weg en op je knieën, protesteren helpt niet, het is jij alleen met je binnenste en wat is er lastiger, wat is er hachelijker dan dat.

Thomas a Kempis is de virtuoos van het geweten, daar ligt zijn saaie, rottige grootsheid. Zijn klooster is er niet meer, Erasmus werd als intellectueel vele malen invloedrijker, maar niemand, niemand die je zo goed kan laten voelen wat het is om een geweten te hebben, die zo goed je smoesjes en je uitvluchten kent. God kun je uit de Navolging misschien om-interpreteren of wegdoen als iets hopeloos tijdgebondens, maar dan nog blijf je zitten met iets onmodieus waar we nooit vanaf komen, dat geweten dat als een molensteen om onze nek hangt en waar we nog precies zo mee marchanderen als de Adams en Eva’s uit de oorsprongsmythen van de mensheid.

We zouden hem liever kwijt dan rijk zijn, onze Thomas, maar mensen als hij blijven we nodig hebben. Zo iemand die je even terzijde neemt en zegt hé, vanavond stond je voor een microfoon, vertel me, heb je jezelf ook maar iets horen verkondigen wat je vooraf al niet wist? Iets waarmee je toehoorders zijn geholpen, de mensen daar voor je in het publiek, je begraven moeder even verderop? Organiseer je tegenspraak, echt, het went nooit, ik beloof het je en dan komt alles misschien toch nog goed.

DSC09632 kl

 

Zaterdag 8 juli 2023 Marijn Rohaan

Theoloog en gemeentepredikant, verbonden aan Protestantse Gemeente de Hoofdhof in Berkum.

Muziek: Rik Hasselman en Jeroen van Dijk

muz 1

Zomeravondlezing Thomas a Kempis 8 juli 2023

Door Marijn Rohaan, theoloog en gemeentepredikant, verbonden aan Protestantse Gemeente de Hoofdhof in Berkum.

zao 2023 2 1

De eerste keer dat ík op deze plek kwam, was tijdens mijn studietijd. Docent kerkgeschiedenis Gert van Klinken nam zijn studenten mee voor een kerkhistorische excursie. Wandelend langs de graven, kregen we oog voor de manier waarop de grafcultuur iets zegt over de geloofsbeleving van die tijd.

Toen hoorde ik ook voor het eerst over het oude klooster dat op deze plek had gestaan. Een klooster waar de naam Thomas a Kempis nauw mee verbonden was. Het traktaat ‘over de navolging van christus’. De Imitatione Christi werd ook gelezen in de studiegroep Latijn, maar dat was niet bepaald míjn hobby. Ik las De Navolging pas kortgeleden, door de uitnodiging van Bert om hier vanavond iets te delen. Een uitnodiging die ik graag aannam. Want hoe bijzonder is het dat de naam van Thomas a Kempis zó verbonden is met deze grond, die ook de gemeentegrond is van de Protestantse Gemeente de Hoofdhof.

Lezend over Thomas, werd ik enthousiast. Ik vind het mooi dat Thomas echt een leraar was, die schreef voor jonge mensen. En dat hij, wonend in het klooster hier boven op de berg, absoluut niet wereldvreemd was, maar allerlei contacten onderhield met mensen buiten het klooster en wist wat zich in de wereld afspeelde. Maar het mooiste vind ik, dat Thomas het geestelijke en maatschappelijke aan elkaar wist te verbinden. Het verbinden van het Gods woord en werkelijkheid, aan het leven van mensen van je tijd, dat is een kunst, dat is waar het op aankomt. En Thomas, net als Jezus, verstond die kunst. En hij kon ook prachtig spreken. De mensen hingen aan zijn lippen.

Goede theologie, is voor mij niet: hoogdravende theologie. Niet :dogmatische luchtkastelen. Maar is in staat om het geleefde leven te duiden op zo’n manier, dat er richting en perspectief ontstaat. Goede theologie kan in oude teksten blootleggen wat relevant en actueel is. En ik denk dat Thomas Navolging van christus een oude bron is die zich daar uitermate goed voor leent. Het bevat inspiratie en wijsheid voor mensen, zoekend naar richting en zin.

Lezend in de navolging lees, keert zich vanzelf je blik naar binnen.

Worden vragen gesteld bij zaken die wij gewoon zijn gaan vinden.

En al lezend worden we weggeleid van onze Westerse waan,

waarin bezit en status, uiterlijkheid en kennis, belangrijker worden gemaakt dan de innerlijkheid van een mens.

En steeds herken je tijdens het lezen: ja, dit is de geestelijke weg.

Dit gaat over het binnenste van mensen.

En dit bied een tegenwicht aan het uiterlijke van onze tijd,

waarin het zien en gezien worden zo belangrijk wordt gevonden.

Thomas prikt erdoorheen, als door een ballon en zegt: “Wat je bent, dat ben je; en wat ze van je zeggen, kan je niet groter maken dan je in Gods ogen bent. Als je let op wat je vanbinnen bent, zul je je niet bekommeren om wat de mensen over je zeggen. Een mens kijkt naar het uiterlijk, God echter naar het hart. Een mens kijkt naar daden, maar God weegt bedoelingen.

Ik lees in Thomas boek een heerlijke relativering van onze tijd, waarbij ik opadem. En ik zal proberen om een aantal gedeelten uit zijn werk te lichten, voor ons nu en vandaag. Dat zal ik doen aan de hand van de typering van de tijdgeest van de Vlaamse Psychiater Dirk de Wachter. Hij spreekt over onze tijdgeest als een speedboot met de naam TINA. Ik heb er voor de beeldvorming een meegebracht.

Tina, zegt Dirk de Wachter, staat voor: There Is No Alternative.

Die speedboot TINA vaart heel snel,

en vooraan staan blitse jongens in dure pakken met hun haren in de wind flessen champagne leeg te spuiten, terwijl hun mooie vrouwen kirren van plezier.

Maar achteraan vallen mensen uit de boot, omdat het zo snel gaat en er geen relingen zijn. Door het geraas horen de succesboys dat niet. En achter die speedboot varen wij, de psychiaters en de psychologen, in rubberbootjes. Wij vissen de overboord gevallen sukkelaars op en geven ze droge kleren. Maar onze rubberbootjes kunnen amper volgen, waardoor het heel moeilijk is om de mensen weer op de speedboot te krijgen.

De speedboot zou trager moeten varen, en achteraan zou een stevige reling moeten komen, zodat er minder mensen in het water vallen. Want: De meeste mensen hebben geen psychische afwijking, maar zijn gewoon mensen die de ratrace niet aankunnen.

Ik heb al lezend en bladerend door Thomas Navolging gedacht, wat zou Thomas nou van deze speedboot vinden? Er op te zeggen hebben? En ik kwam tot de volgende gedachten:

Allereerst: dat de naam TINA niet klopt, want voor Thomas is er een heel duidelijk alternatief. De navolging van Christus, van het niet achten van de waan van de wereld, en van het zoeken van het hoogste goede, ís een mogelijkheid voor ieder mens. En is een alternatief voor het mee worden gezogen door de tijdgeest.

Thomas eigen tijd werd bepaald door de pest, die mensen zomaar wegvagen kon. Het kon zomaar met je gedaan zijn, het lichamelijke was broos en kwetsbaar…. maar: er ging iets boven uit. En Thomas wijst erop dat de mens zich dáárop zou moeten richten. Thomas zegt:

“Waan op waan en alles is waan

behalve God te minnen en hem alleen te dienen.

Dit is de hoogste wijsheid: door de wereld niet te achten,

reikhalzen naar het hemels koninkrijk.“

“Het oog krijgt niet genoeg van het zien,

en het oor raakt niet vol van het horen.

Leg je er daarom op toe je hart van de liefde voor de zichtbare dingen los te maken en jezelf over te brengen naar het onzichtbare.

Want die hun zinnelijkheid volgen,

besmetten hun geweten en verliezen Gods genade.”

De mensen op speedboot Tina, ze worden niet getroffen door ziekte of de pest. Maar ze gaan wel kopje onder. Ze kunnen het niet volhouden, niet bijbenen. Sukkelaars worden ze genoemd, die niet snel en blits genoeg zijn… en van de boot vallen.

Tegen de geslaagde mensen voor op de boot zou Thomas misschien wel zijn volgende woorden spreken: “Beroem je niet op rijkdom als je die hebt, noch op vrienden omdat zij vermogend zijn, maar op God die alles tot stand brengt en zichzelf boven alles verlangt te schenken. Laat je niet voorstaan op lichamelijke grootheid of schoonheid, die wordt al door een lichte ziekte ondermijnd en misvormd.

Wees niet ingenomen met jezelf om je handigheid of talent, om niet te mishagen aan God, van wie alles is wat je aan goed van nature bezit.” 1

Dirk de Wachter heeft ook zijn oplossing voor het probleem van onze tijd beschreven. Zijn oplossing is: de speedboot zou langzamer moeten varen. En er zou een reling moeten zijn, een vangnet moeten komen, voor de mensen achterop de boot. Maar Thomas zou zeggen: Nee, dat alleen is niet genoeg. Het probleem is veel groter. Het is geen wonder dat mensen steeds harder en harder gaan varen, want ze weten niet waarnaar ze onderweg zouden moeten zijn. Elke richting ontbreekt.

Onze hoogste toeleg moet zijn: in het leven van Jezus Christus te mediteren. Mensen zijn niet alleen maar lichaam, dat bovendien maar zeer tijdelijk is. Ze hebben ook een ziel. En die ziel heeft nodig: geestelijke voeding, studie van het woord, training ook. Ja volledige overgave aan Christus… Ware navolging, niet alleen in woord maar in daad.

Thomas heeft, dat hoor je in alles, een wereldbeeld met een geestelijke realiteit. En het onzichtbare, is voor hem zelfs méér waard dan het zichtbare. In ónze westerse rationalistische wereld, is het onzichtbare en geestelijke bijna volledig uit het blikveld verdwenen. Het is een weg van een minderheid geworden, om nog te geloven, ondanks dat de religiositeit van mensen onverminderd groot is. En velen zoeken naar zin, en betekenis. Ik denk dat Thomas dát zou ontmantelen als de grootse manco van onze tijd. En als reden, waar mensen op leeglopen. De grote vraag ís dus helemaal niet, hoe houden we alle mensen op de boot. Maar waar is de boot eigenlijk naar onderweg, waar varen we met elkaar naartoe?

In onze tijd is wat het oog kan zien, en het oor kan horen, wat aangetoond en natuurwetenschappelijk bewezen kan worden, alles. Bijna alle menselijke aandacht gaat uit naar het zichtbare, naar het tastbare, naar het leven hier op aarde. En daar hoort automatisch bij: zoveel mogelijk genieten, en lijfelijk fit en gezond blijven. Omdat het aardse leven alles is, moet het leven maximaal gerekt worden.

Maar Thomas zegt daartegen: “Wáán is een lang leven wensen, maar voor een goed leven weinig zorg hebben. Waan is alleen oog hebben voor het leven nu en niet voorzien wat komen zal. Waan is liefhebben wat met grote snelheid voorbijgaat, en je niet daarheen haasten waar de eeuwige vreugde verblijf houdt.”

Het was een van de drie pijlers van de Moderne Devotie, (naast goed onderwijs en maatschappelijke misstanden aan de kaak stellen) dat mensen zélf verantwoordelijkheid namen voor hun spiritualiteit. Dat deden de mensen door te lezen, door geestelijke werken te bestuderen. De moderne Devotie was een revival-beweging, zoals die er steeds geweest zijn. En bijzonder is dat de moderne devotie hier in de Vechtstreek is opgekomen, en zich van hieruit verspreid heeft over België en Duitsland, en uiteindelijk over de hele wereld. Geert Grote was een grote naam binnen de Moderne devotie. Hij wees aan Thomas deze Nemelerberg aan, voor de bouw van een klooster. Hier schreef Thomas ooi zijn navolging, gericht aan jonge kloosterlingen die priester wilden worden. Die van die geestelijke realiteit werk wilden maken, en van geloven hun hoogste levensdoel willen maken.

Hen spoort hij aan en zegt: “van ons levensplan hangt de loop van onze voortgang af. En wie goede voortgang wil maken, heeft veel zorgvuldigheid nodig. Als iemand met een krachtig voornemen al vaak tekort schiet, wat dan te denken van iemand die zich zelden, of minder stellig iets voorneemt.2

Hoe lauw is het dan wel niet gesteld met de zorg voor onze ziel in onze samenleving? En met de wil van mensen in onze tijd om van hun geestelijke gesteldheid werk te maken? Geen wonder dat de speedboot op drift is.

Thomas belangrijkste advies aan de mensen op de boot zou dus niet zijn: ga langzamer varen…of pas het tempo aan aan de achterhoede. Ook niet: bouw een hekje zodat mensen wat grip hebben en beter aan boord blijven. Maar zijn belangrijkste advies zou misschien wel zijn: Leg de boot af en toe alsjeblieft eens helemaal stil. Want het hemels koninkrijk is niet te bereiken met een speedboot, maar bevind zich in mensen. Je moet dus tijd vinden om naar binnen te keren.

Misschien kan de boot niet de héle dag stil liggen. Maar zo schrijft Thomas tot zijn leerlingen: “Als je je niet voortdurend kunt inkeren, doe het dan tenminste af en toe, minstens eenmaal per dag, ‘s morgens bijvoorbeeld of ’s avonds.”3 “Zoek een geschikte tijd om vrij te zijn voor jezelf en denk regelmatig na over de weldaden van God.” “In stilte en rust maakt de innig levende ziel voortgang en leert zij de verborgenheden van de Schriften.” Dat zou ook voor ons een mooi advies kunnen zijn. Om de stilte voldoende te zoeken.

En ik meen dat Thomas voor de mensen op de boot ook nog wel een waarschuwing paraat zou hebben. Een waarschuwing tegen de verlokkingen van de champagne en van de kirrende vrouwen. Want ze zijn gewoon echt niet de beste manier om het hoogste geluk te vinden. Voor mensen die van uitgaan houden schrijft Thomas daarom: “de verlangens van onze zinnelijkheid lokken ons om uit te gaan. Maar wanneer de tijd is verstreken, wat neem je dan mee behalve een bezwaard geweten en een verstrooid hart?” “Vrolijk uitgaan baart vaak triest thuiskomen, een vrolijk doorwaakte nacht levert een trieste morgen. Zo komt alle zelfzuchtige blijdschap vriendelijk binnen. Maar uiteindelijk bijt zij, en vernielt zij.”

Ons ego, onze verlangens, we kunnen ze beter op een lager plan zetten, en wat echt gelukkig maakt erboven stellen. Dat vraagt ook dat we onszelf minder belangrijk maken. Thomas schrijft nog tot mensen die mensen die een plaats hadden in een gemeenschap. Die minder individu waren, dan wij in onze tijd zijn. En hij raad aan: “Streef ernaar, liever de wil van een ander dan je eigen wil te doen. Verkies altijd minder dan meer te hebben. Zoek altijd de laagste plaats, en voor allen onder te doen. Zie, zo’n mens gaat het domein van rust en vrede binnen.4

Ik denk dat Thomas ons geen trip op een speedboot over de Vecht, het zwarte water of de IJssel zou adviseren…., maar een fluisterbootje, bijvoorbeeld in het prachtige nationaal park de weerribben. Waar de natuur je tot rust brengt. Waar je ziel rust vindt. Waar je alleen kan zijn.

Hij zou tegen ons op deze mooie zomeravond zeggen: Kijk goed uit voor teveel verstrooiing van snelle bootjes. Zoek de weg naar binnen. Zorg voor je ziel. En blijf lezen.

Zo probeer ik de zomer in te gaan. En u?

 

Zaterdag 1 juli 2023 Evert van den Berg

Lekendominicaan, neerlandicus, oudtestamenticus

Muziek: “Domini Cantus”, o.l.v. René van Breukelen

 evert van den berg

Thomas a Kempis, Navolging van Christus,

uit 3. Over het onderricht van de waarheid

  1. Gelukkig wie door de waarheid zelf wordt onderwezen,

niet door tussenkomst van voorbijgaande beelden en klanken,

maar zoals zij in zich is.

 

  1. Uit het ene woord is alles,

en het ene woord spreekt alles.

Dit woord is het begin en het spreekt tot ons.

 

  1. Zonder dat heeft niemand begrip of een juist oordeel.

 

  1. Hij voor wie alles één is,

die alles op het ene betrekt

en alles in het ene ziet,

kan onwankelbaar van hart zijn

en vreedzaam in God blijven.

 

  1. O waarheid, God,

maak mij één met Jou

in altijddurende liefde.

 

  1. Laat alle geleerden zwijgen,

laat alle schepselen stil zijn

voor jouw aangezicht.

 

Spreek Jij tot mij, Jij alleen.

 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------

dc koor

Toen Bert Pierik me eind mei vroeg of ik op deze plaats een passend woord wilde spreken, wist ik er in eerste instantie niet zo goed raad mee. Ik ben namelijk niet zo vertrouwd met het werk van onze oude stadgenoot. Toen adviseerde Bert me eens wat in de Navolging te lezen, misschien zou ik iets vinden dat me aansprak. Op avontuur dus. En wat gebeurde er? Er bleek een verrassing op de loer te liggen. Ik bleef haken bij het hoofdstuk Over het onderricht van de waarheid.

Over de waarheid is in het verleden heel wat afgevochten, zowel geestelijk als lichamelijk, en daar hoeven we niet trots op te zijn. Zelf heb ik de laatste tijd daar een en ander over gelezen, en er veel over nagedacht, en in genoemd hoofdstuk vond ik een paar pareltjes over waarheid. Graag zou ik daar samen met jullie wat over willen mijmeren.

Als volgens het evangelie naar Johannes Pilatus op Goede Vrijdag Jezus aan een verhoor onderwerpt, zegt deze op een bepaald moment: ‘Ik ben in de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen’. Cynisch of wanhopig, de meningen zijn verdeeld, antwoordt Pilatus: ‘Wat is waarheid?’ In ieder geval is dat het einde van het gesprek, en het begin van ons gemijmer.

Want wat is waarheid?

In onze dagelijkse werkelijkheid is iets waar als het klopt met de feiten. Maar wat zijn feiten. Die hebben betrekking op zaken die je kunt waarnemen. Dit is een appel, de lucht is blauw, baby’s zijn lief.

Maar de laatste twee uitspraken laten meteen al een probleem zien. Is de lucht namelijk wel blauw, of nemen we die alleen maar vanaf de aarde als zodanig waar? Want ruimtevaarders hebben alleen maar zwart gezien. En wat is lief eigenlijk? En hoe vaak is in de geschiedenis niet de waarheid van gisteren de dwaling van vandaag gebleken? En hoeveel waarheden van vandaag de dwaling van morgen?

Zo draaide vroeger de zon om de aarde, en daar was zelfs een bijbels bewijs voor: in Jozua 5 gebiedt Jozua de zon – en ook de maan – tegen het vallen van de avond stil te staan, zodat het niet donker wordt. De bedoeling daarvan is zijn vijanden de mogelijkheid te benemen hun huid te redden door zich in het donker uit de voeten te maken. Sinds Galilei weten we beter, maar hij werd fel door de kerk bestreden.

En als we in de wereld om ons heen kijken, zien we vrijwel dagelijks dat het moeilijk is de waarheid van de leugen te onderscheiden. Is niet een van de ergste uitvindingen van de laatste tijd de alternatieve waarheid? Is het niet vaak zoals de Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink in zijn boek Kennis van de avond zegt:

 

De waarheid is geen verzameling feiten

die opgesomd kunnen worden,

maar een landschap

waar je in het donker doorheen trekt.

 

Tegenover deze waarheid van de wereld mogen we de bekende woorden van Jezus stellen die eerder in het Johannes-evangelie opgetekend staan: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Daarbij sluit Thomas naadloos aan als hij zegt

 

Gelukkig wie door de waarheid zelf wordt onderwezen,

niet door tussenkomst van voorbijgaande beelden en klanken,

maar zoals zij in zich is.

 

Hier mogen we in de waarheid Jezus herkennen, die het goddelijke Woord spreekt. Het woord dat leven schept. Voortdurend, want God is het leven. Dat Woord kan rechtstreeks bij je binnenkomen, zegt Thomas. Zoals het is, niet door tussenkomst van voorbijgaande beelden en klanken. God is geen godsbeeld, waarover je kunt discussiëren:

 

Uit het ene woord is alles,

en het ene woord spreekt alles.

Dit woord is het begin en het spreekt tot ons.

 

En dat is ook het wezen van de goddelijke waarheid, van de waarheid die God is. God is wat Hij zegt. ‘Ik ben die ik ben’, zegt Hij tegen Mozes als die Hem naar zijn naam vraagt. Mèt dat Hij het zegt, is het zo. Daar zit niets tussen. Hij is er. Hij is de bron van ons leven, de grond onder onze voeten. In het licht van die waarheid mogen we leven.

 

Naar dat Woord van Leven kunnen we leren luisteren. Ook hierin wijst Thomas ons een weg als hij zegt:

 

Hij voor wie alles één is,

die alles op het ene betrekt

en alles in het ene ziet,

kan onwankelbaar van hart zijn

en vreedzaam in God blijven.

 

Dat betekent niet dat we ons van de wereld met zijn tijdelijkheid, vergankelijkheid en veelheid moeten afkeren, maar dat we die in het perspectief van het eeuwige ene, van de eeuwig Ene, van God moeten zien. Dat is geen eenvoudige opgave.

 

Laten we daarom afsluiten met de volgende woorden van Thomas, eigenlijk een gebed:

 

O waarheid, God,

maak mij één met Jou in altijddurende liefde.

 

Laat alle geleerden zwijgen,

laat alle schepselen stil zijn

voor jouw aangezicht.

Spreek Jij tot mij, Jij alleen.

Dat het zo mag zijn.

afbeelding 2023 07 05 142559326

 

Laatste artikelen